Lezen› Daftar 4› Gabriël (vzmh) die zich in zijn ware gedaante aan de Profeet (vzmh) toonde; en toen één van zijn zevenhonderd vleugels verscheen, bedekte deze de horizon en werd de zon, met al haar stralen, verhuld› Vers 3830
M4:3830 — این همه خواندی فرو خوان لم یکن / تا بدانی لج این گبر کهن
M4:3830
Betekenis · به زبانِ تو — Je eigen taal · AI
De dichter roept de lezer op om alles wat hij eerder heeft gelezen over de profeet Mohammed te vergeten, zodat hij de ware aard en de diepgewortelde ongelovigheid van de 'oude ongelovige' kan begrijpen.
Dit couplet komt uit een sectie waarin Rumi de houding van de pre-islamitische Arabieren (en breder, de 'ongelovigen' of gabr) ten opzichte van de toekomstige profeet Mohammed beschrijft. Vóór zijn openlijke verschijning werd Mohammeds komst al lang verwacht en zelfs in profetieën genoemd. De ongelovigen, hoewel ze later zijn boodschap zouden verwerpen, zochten aanvankelijk hun toevlucht tot zijn naam in tijden van nood, ziekte of oorlog. Ze wisten van hem, maar toen hij eenmaal verscheen, keerden velen zich van hem af.
Het couplet roept de lezer op om alles wat hij al weet of meent te weten over deze geschiedenis 'te ontlezen' (fro khwān), oftewel te deconstrueren of te vergeten, en terug te keren naar een staat van 'het was er niet' (lam yakun). Dit is een retorische zet om de lezer te bevrijden van vooroordelen en hem in staat te stellen de laj (hardnekkigheid, koppigheid) van de gabr-e kohan (oude ongelovige) te doorgronden. De 'oude ongelovige' staat hier niet alleen voor een historische figuur, maar ook voor het deel in onszelf dat weerstand biedt aan de waarheid, zelfs wanneer deze zich openbaart. Het is een oproep tot een dieper, onbevooroordeeld begrip van de menselijke neiging tot verzet tegen spirituele waarheid, ondanks eerdere aanwijzingen of zelfs een zekere mate van voorkennis.
- لم یکن
- Arabisch voor 'het was er niet', hier gebruikt in de zin van 'alsof het nooit bestaan heeft' of 'het tenietdoen van wat was'.
- لج
- Hardnekkigheid, koppigheid, diepgewortelde weerstand.
- گبر کهن
- Letterlijk 'oude ongelovige' of 'oude Zoroastriër'. In de context van Rumi's poëzie staat het vaak voor iemand die vasthoudt aan oude, materiële of onware overtuigingen, in tegenstelling tot de nieuwe, spirituele waarheid.
Discussie — Vraag over dit vers — beantwoord vanuit de Masnavi, met elk vers geciteerd
Je gesprek blijft op dit apparaat, tenzij je het deelt.
Wat lezers vroegen0
Nog geen vragen gedeeld — die van jou kan de eerste zijn.